Maatschappelijke initiatieven zijn onmisbaar voor een weerbare en veerkrachtige samenleving en moeten daarom een stevige plek krijgen op gemeentelijk niveau. Om dat te bereiken gaan gemeenten vaker publieke taken gunnen aan maatschappelijke initiatieven. Ook geven ze bewonersgroepen lokaal een plaats aan tafel en werken ze aan duurzamere financiering met zo min mogelijk administratieve lasten.
Die uitspraak deden de leden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten tijdens de Algemene Ledenvergadering van woensdag 30 september, door in te stemmen met de resolutie ‘Maatschappelijke initiatieven en gemeenten: We Doen Het Samen’. De vereniging moet de afspraken het komende jaar samen met fondsen en andere partners uitwerken tot een concrete uitvoeringsagenda. Uitgangspunt van de resolutie is dat maatschappelijke initiatieven, burgerinitiatieven en gemeenschappen onmisbaar zijn voor een weerbare en veerkrachtige samenleving.
‘Bouwen op vertrouwen’
Een dag voor de stemming riep koningin Máxima gemeenten op het VNG Jaarcongres al op om initiatieven meer ruimte te geven. Zij sprak daar als beschermvrouwe van het Oranje Fonds. Volgens haar bouwen initiatieven van inwoners iets op waar de overheid zelf moeilijk bij kan: vertrouwen. Ze komen op plekken waar de gemeente niet komt en weten wat er in een wijk of dorp speelt. Initiatieven werken volgens de koningin praktisch en passen vaak niet in bestaande kaders. ‘Probeer ze niet in een hokje te stoppen’, zei ze. Daar hoort ook bij dat een initiatief kan mislukken. Een bewonersgroep is geen overheidsorgaan, en gemeenten moeten volgens haar zulke fouten accepteren.
Najaarscongres 2026 – Het gemeenschappelijke organiseren
Met de resolutie geven gemeenten blijk van hun goede voornemens. “Het zijn mooie beloftes”, stelt schrijver, onderzoeker en organisatieadviseur Marije van den Berg, keynote spreker op het Najaarscongres van de VNG Utrecht. “Maar nu zullen zij er ook voor moeten zorgen dat ze die beloftes gaan waarmaken.” Wat vraagt dat van onze overheidsorganisaties, en wat van het bestuur? Daarover houdt Van den Berg een prikkelend verhaal en een goed gesprek met de deelnemers van het congres. Hoe verhouden we ons tot de samenleving en onze inwoners? En hoe benutten we die zogenaamde ‘gemeenschapskracht’ optimaal?









