Een pilot met meer en betere samenwerking tussen de Utrechtse gemeenteraden is zo succesvol gebleken, dat dit een formeel vervolg krijgt. Tijdens een bijeenkomst in het Utrechtse stadhuis werd daarom officieel het startschot gegeven voor de ‘Regionale Raadssamenwerking Utrecht’.
Het probleem waar de samenwerking een antwoord op geeft, is bekend bij vrijwel iedereen die in het lokaal bestuur actief is: steeds meer belangrijke beslissingen worden op regionaal niveau genomen, terwijl de democratische controle daarop feitelijk bij de afzonderlijke gemeenteraden behoort te liggen. Om hier meer grip op te krijgen is samenwerking noodzakelijk.
Doelen die elkaar versterken
Volgens Krista Goossens, griffier van Vijfheerenlanden en voorzitter van het opdrachtgeversoverleg, draait die samenwerking om twee doelen die elkaar versterken. Ten eerste is het noodzakelijk dat raden “aangehaakt” zijn bij de regionale samenwerkingsverbanden die er voor hun gemeente echt toe doen. Dat betekent weten welke van de vele samenwerkingsverbanden de grootste financiële en maatschappelijke impact hebben, en op tijd de juiste informatie krijgen om als raad kaders te stellen en te controleren.
Ten tweede moeten raadsleden daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen. Dat vraagt onder meer dat raadsleden weten wanneer de belangrijke bestuursvergaderingen plaatsvinden, en dat gemeenten elkaar opzoeken om met een meer eenduidige boodschap te komen richting het regionaal bestuur. Eén raad alleen heeft weinig gewicht; gezamenlijk optrekken levert een steviger positie op in het algemeen bestuur van een samenwerkingsverband.
Elke gemeente zijn eigen vertrekpunt
Projectleider Annajorien Prins benadrukte dat dit geen kwestie is van bovenaf opgelegde uniformiteit. Elke gemeente heeft een eigen vertrekpunt en werkt in eigen tempo aan vijf gezamenlijk vastgestelde actielijnen: lokale afspraken over rolverdeling, bewustwording van de rol van de raad, opbouwen van kennis via kennissessies en getrainde raadsrapporteurs, het regionale raadsplatform zelf, en ondersteuning vanuit de griffies.
De cijfers die tijdens de bijeenkomst werden gepresenteerd, laten zien dat de aanpak niet vrijblijvend is gebleven. Meerdere gemeenteraden beschikken inmiddels over een actuele nota waarin is vastgelegd welke samenwerkingsverbanden prioriteit hebben en welke rol de raad daarin speelt. Er zijn negen regionale raadsplatforms actief, waar raadsleden en raadsrapporteurs van verschillende gemeenten elkaar structureel treffen om ervaringen en standpunten uit te wisselen. De Veiligheidsregio Utrecht is inmiddels zelfs overgegaan tot het delen van schriftelijke terugkoppelingen van bestuursvergaderingen met de raden.
Raadsleden die in videoboodschappen aan het woord kwamen, bevestigden dat het platform in de praktijk werkt. Zij noemden onder meer dat het platform helpt om moties en amendementen te inspireren, dat raadsrapporteurs elkaar helpen bij het opstellen van zienswijzen, en dat vooral kleinere gemeenten er baat bij hebben om gezamenlijk op te trekken in plaats van alleen te opereren tegenover grote gemeenschappelijke regelingen.
Een nieuwe organisatie
Om deze koers de komende vier jaar te ondersteunen, wordt de projectorganisatie uitgebreid. Griffier Walter Hooghiemstra van de Utrechtse Heuvelrug lichtte toe dat er een opdrachtgeversoverleg komt van zeven griffiers die samen met Annajorien Prins sturing geven, en dat het projectteam wordt versterkt met een raadsadviseur en een projectsecretaris. Waar de pilot draaide op de inzet van in feite één persoon voor de halve provincie, is uitbreiding volgens Hooghiemstra een logische stap nu de ambitie de hele provincie omvat.
Een aantal gemeenschappelijke regelingen krijgt in de komende periode prioriteit binnen het programma, al benadrukten de sprekers dat uiteindelijk geen enkele regeling buiten schot blijft. Nadrukkelijk werd ook gesteld dat de lokale raad altijd leidend blijft: het regionale programma ondersteunt griffies en raden, maar de keuzes over inzet en standpunten blijven een lokale aangelegenheid.
Vanzelfsprekend in een volwassen democratie
Bijzonder hoogleraar Marcel Boogers (Democratie en Transitie) hield de zaal voor dat wat hier bereikt is weliswaar knap is maar eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn in een volwassen democratie. Hij wees op de onevenwichtigheid tussen bestuurders, die elkaar makkelijk vinden aan regionale overlegtafels, en gemeenteraden, die sterk gefocust zijn op het eigen gemeentehuis.
Boogers merkte op dat er lokaal steeds meer sprake is van “politiek zonder bestuur”: raden debatteren over kleine lokale kwesties terwijl grote beslissingen elders vallen. In de regio is daarentegen eerder sprake van “bestuur zonder politiek”: belangrijke afwegingen over bijvoorbeeld windmolens, woningbouw of zorg worden er genomen zonder dat hier een politieke debat over gevoerd wordt.
Zijn aanbevelingen: maak de regionale overlegtafels politieker in plaats van ze als neutraal terrein te behandelen, en geef raden een actievere rol aan de voorkant van besluitvorming in plaats van alleen achteraf te mogen reageren via zienswijzen.
Nauwere samenwerking is belangrijk
Ook de Veiligheidsregio Utrecht, vertegenwoordigd door directeur Jaap Donker, onderschreef het belang van de nauwere samenwerking. Donker gaf aan dat de veiligheidsregio inmiddels vroeg in het proces met griffies en raden overlegt over bijvoorbeeld het regionale risicoprofiel, en dat raden worden betrokken bij de voorbereiding op actuele dreigingen zoals langdurige stroomuitval of gevolgen van geopolitieke spanningen.
Met de omzetting van pilot naar structureel programma ligt er voor de komende raadsperiode een duidelijke opdracht: de vijf actielijnen verder uitbouwen, de raadsplatforms verstevigen en de regionale samenwerking daadwerkelijk politieker en toegankelijker maken voor raadsleden.
In 2030 wordt opnieuw geëvalueerd of en hoe het programma wordt voortgezet. Voor nu is de boodschap van de betrokken griffiers helder: de Utrechtse gemeenteraden staan sterker als ze het samen doen.









