Tussen nu en 2040 gaat het aantal ouderen in de provincie Utrecht verdubbelen. Dat stelt gemeenten op het gebied van wonen en zorg voor een forse opgave, aldus wethouder Hans Adriani van Nieuwegein. Tijd om de regie te nemen, vindt hij. “Een goed moment, want iedereen schrijft aan het verkiezingsprogramma voor 16 maart 2022. Zorg dat het daarin een plek krijgt, zodat het ook echt een belangrijk speerpunt wordt in het beleid van de nieuwe colleges.”

Hans Adriani is behalve wethouder in Nieuwegein tevens lid van de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit en voorzitter van de Taskforce Wonen. Hij was een van de sprekers tijdens het webinar ‘Ouderenhuisvesting – In het hart van de gemeente’ van de VNG Utrecht en het Netwerk Utrecht Zorg voor Ouderen (NUZO) op vrijdag 8 oktober 2020.

De bijeenkomst werd afgetrapt door drie leden van de ‘Werkgroep Wonen van de Ouderendelegatie van het NUZO: Marijke van Aert, Jita Hoogerduijn en Theo Papilaja. Marijke van Aert opende haar deelname met een schrijnend voorbeeld van een vrouw van 70 die haar nieuwe buren ontmoette en daarbij het verwijt voor de voeten kreeg geworpen dat het een schande was dat ze als oudere vrouw nog steeds in zo’n groot huis woonde. “Die kant moeten we niet op”, aldus Van Aert, die het een urgent thema noemde waar gemeenten de komende raadsperiode veel aandacht aan moeten schenken. “Zorg dat je als politici op de hoogte blijft van wat er in wijken leeft. En bevorder de doorstroming. Met de huisvesting van ouderen kun je generaties verder helpen.”

Adequaat ouderenbeleid
Met de flyer ‘Verzilver uw gemeente – Bouwstenen voor de raadsverkiezingen van 2022’ neemt het NUZO daar alvast een voorschot op en geeft tips voor een adequaat ouderenbeleid. Volgens Jita Hoogerduijn gaat het daarbij om maatregelen op het terrein van wonen, welzijn, zorg, burgerparticipatie, mobiliteit en publieke ruimte, maar ook de houding jegens ouderen. “Het is heel erg belangrijk dat politieke partijen dat goed in beeld hebben, want we kunnen er niet meer omheen. Er zijn veel problemen met ouderen die thuis wonen. DE eerstelijnszorg kan het nu al niet meer aan. Het loopt vast en over 15 jaar loopt het nog veel meer vast. We zullen op zoek moeten naar oplossingen om wonen en zorg voor ouderen veel meer te sturen.”
Theo Papilaja op zijn beurt vroeg met name ook aandacht voor het specifieke karakter van oplossingen op het gebied van wonen en zorg voor ouderen met een migratie-achtergrond. Die kunnen namelijk behoorlijk afwijken van wat Nederlandse ouderen willen. “De standaardoplossing is geen oplossing.”

Opgave in wonen en zorg
In gesprek met dagvoorzitter Elisabeth van den Hoogen gaf Hans Adriani aan dat de groei van de groep 75 plussers in de provincie Utrecht gemeenten voor problemen gaat stellen. “Steeds meer mensen worden oud en mensen worden ook steeds ouder. Dat stelt ons allen voor een opgave in de zorg en een opgave in het wonen. Als je de cijfers bijvoorbeeld afzet tegen wat aan woningen beschikbaar is, dan schiet dat aantal volstrekt tekort om de groei op te kunnen vangen. Waar kun je als oudere wonen, zodat je zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven en wordt ondersteund door zorg op maat?”
De oproep van de Taskforce wonen en zorg, waarin VNG, Aedes, ActiZ, de ministeries van BZK en VWS en Zorgverzekeraars NL zich hebben verenigd, is dan ook simpel. Adriani: “Zorg dat in iedere gemeente een goede analyse wordt gemaakt van wat er op ons af komt. Want de omstandigheden zijn in elke gemeente anders. Confronteer die ontwikkeling vervolgens met aanbod van wonen en zorg in de gemeente. En gebruik dat om te formuleren wat je wilt.”

Klik om te vergroten.

Goede woningen inplannen
Volgens Adriani begint het bij het inplannen van de goede woningen. “Het helpt om heel gearticuleerd in de Woonzorgvisie te zeggen wat je wilt. Want als we even uitgaan van een bouwopgave van 1 miljoen woningen in de komende tien jaar, dan moeten daarvan 100.000 woningen geschikt zijn voor ouderenhuisvesting. En dat gaat niet vanzelf. Het is ingewikkelder, misschien iets duurder, er moeten gemeenschappelijke voorzieningen en mogelijkheden voor ontmoeting worden gecreëerd. Er zijn kortom heel veel vraagstukken. De oplossing daarvan begint bij de gemeente.”
Dat blijkt ook wel uit gesprekken met stakeholders. “Ze willen allemaal dat de gemeente de regie neemt. We kunnen dat ook. We hebben al het instrument van de prestatieafspraken met woningcorporaties, we zitten al aan de knoppen met de inkoop van zorg. Op het gebied van de langdurige zorg en zorgverzekering hebben we nog geen rol maar een duidelijk visie daarop maakt dat ook verzekeraars met je aan tafel willen zitten.”
Doe het vooral ook samen. “En dan heb ik het niet alleen over ouderen, die er vanzelfsprekend bij betrokken moeten worden. Een probleem is dat de institutionele wereld behoorlijk verkokerd is. Niet alleen binnen maar ook buiten het gemeentehuis. Men vindt elkaar niet gemakkelijk. Dat moet doorbroken worden.”

Regisseur Scott de Boer

Veenendaal pakt regierol
In Veenendaal is dat precies de rol die Scott de Boer vervult. Hij is sinds 2020 fulltime actief als Regisseur Wonen, Welzijn en Zorg namens de gemeente en fungeert als smeerolie tussen het fysieke en sociale domein. “Mijn taak is het om in kaart te brengen wat er speelt en wat er leeft er rond de thema’s wonen en zorg. Wat hebben bewoners nodig en hoe kunnen we dat in beleid laten landen?” Hij merkt dat er veel behoefte is aan die gemeentelijke regierol. “Want het is lastig om partijen bij elkaar te brengen.”
Terwijl er wel degelijk op alle fronten en ook steeds meer domein overschrijdend gewerkt moet worden, vertelt verantwoordelijk wethouder Martijn Beek van Veenendaal en tevens lid van de NUZO Raad. “Mensen hebben de wens om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Dat vraagt om een verbinding van wonen met welzijn en zorg. Dat gebeurt nu in Veenendaal bij de vernieuwing van Het Franse Gat. Dat is een vrij oude buurt, waar niet alleen in de fysieke omgeving veel moet gebeuren, maar ook achter de voordeur. Scott de Boer kan in die opgave zeer veel betekenen.”

Wethouder Martijn Beek

Het beleid dat wordt geformuleerd op het terrein van ouderenhuisvesting baseert Veenendaal op onderzoek onder ouderen in de gemeente. Dit woonwensenonderzoek is uitgezet onder 2000 ouderen, waarop vervolgens meer dan 1000 ouderen hebben gereageerd. “Het thema leeft”, concludeert Beek dan ook. De uitkomsten zijn vervolgens vertaald in een Omgevingsvisie. Daarin is onder andere opgenomen dat alle nieuwe woningen die in Veenendaal gebouwd gaan worden levensloopgeschikt moeten zijn. Beek: “Waar we welk type gaan bouwen zijn we nu aan het uitzoeken aan de hand van een woonzorganalyse.”

Aandacht voor kwetsbare ouderen
De leden van de Ouderendelegatie van het NUZO toonden zich verheugd over de toenemende aandacht voor ouderenhuisvesting bij gemeenten. Zij het dat Theo Papilaja daar wel een kanttekening bij wilde plaatsten. “De aandacht gaat nu wel erg uit naar de oudere, die zichzelf kan redden en ook zo lang mogelijk zelfstandig wil blijven wonen. Maar vergeet niet dat er ook heel veel kwetsbare ouderen, waar in de Omgevingsvisies en Woonzorganalyses aandacht voor moet zijn.
Jita Hoogerduijn zei blij te zijn met de goede voorbeelden waarbij de regie wordt gepakt door gemeenten. “Een goede analyse blijft belangrijk, ook om het bij de mensen te houden. Maar die regierol is ongelofelijk belangrijk. Ik hoop de aanpak van Veenendaal veel navolging gaat krijgen.”
Marijke van Aert op haar beurt wees op het belang van de woonomgeving. “Misschien is die nog wel belangrijker dan de woning. Want de omgeving bepaalt of iemand zelfstandig in zijn behoefte kan voorzien. Je kunt nog zo mooi wonen, maar als de omgeving belabberd is komt het niet goed.”
Daarnaast moet er ook oog zijn voor preventie. “Wonen met zorg is belangrijk, maar nog belangrijker is te voorkomen dat ouderen in de situatie terechtkomen dat ze zorg nodig hebben. Het voorkomen ongevallen helpt bij het beperken van de zorgafhankelijkheid.”

 

Delen.

Reacties zijn uitgeschakeld.