‘Verbinden is een heel belangrijk werkwoord geworden’

Eind deze week neemt Koos Janssen afscheid als burgemeester van de gemeente Zeist. Daarmee komt een einde aan een indrukwekkende bestuurlijke loopbaan op lokaal niveau, die Janssen bijna 40 jaar geleden begon vanuit een groot verlangen om ‘iedereen mee te laten doen’. “Het openbaar bestuur is een fijn werkterrein. Met name omdat je voor een ander van betekenis kan zijn.”

Eigenlijk is hij altijd wel maatschappelijk actief geweest, erkent Janssen. “Dat is mij van huis uit met de paplepel ingegoten.” En dus begeleidde hij bijvoorbeeld sportkampen tijdens zijn middelbare schooltijd en richtte hij in de marge van zijn studie economie aan de Erasmus Universiteit de Rotterdamse afdeling van het CDJA op. “Er heeft continu een soort maatschappelijke drive in mij gezeten. Ook toen ik als econoom werkzaam was bij het ministerie van Economische Zaken en De Nederlandsche Bank.”
Zo bezien is het niet meer dan logisch dat hij uiteindelijk in het openbaar bestuur belandde. Dat was in 1986, toen Janssen aantrad als wethouder in Woerden. “Het publieke domein is een fijn werkterrein. Waarom? Met name omdat je van betekenis kunt zijn voor een ander. Dat klinkt heel braaf, maar het geeft mij wel degelijk een dankbaar en blij gevoel dat ik werk kan doen dat voor mensen betekenisvol is. Maar het is ook aangenaam omdat in een open omgeving al je talenten worden aangesproken. Eenmaal actief in het publieke domein leer je kijken naar de grote en de kleine dingen. Je leert luisteren, je leert spreken, je leert timing, je leert denken, je leert organiseren. Je wordt als mens eigenlijk aangewakkerd. Tenminste, als je ervoor openstaat.”

Recht doen aan mensen
Janssen stond in 1986 eerst als kandidaat-raadslid op de tiende plek van de lijst voor het CDA in Woerden. Het CDA haalde bij de verkiezingen negen zetels en dus viel Janssen net buiten de boot. Tot het moment dat de wethouder financiën opstapte en Janssen werd benaderd om hem op te volgen. “Dat vond ik eervol. Dus heb ik aan de Nederlandsche Bank gevraagd of ik buitengewoon verlof kon krijgen voor het wethouderschap en toen dat werd verleend heb ik ‘ja’ gezegd.”
Zeven jaar later, in 1993, ging Janssen voor het burgemeesterschap van Bunnik. Herman van Zwieten, toenmalig burgemeester van Woerden en Anton Houtsma, burgemeester van Wijk bij Duurstede, blijken daar voor een belangrijk deel debet aan te zijn. “Ik voelde altijd al een groot verlangen in mij om recht te doen aan mensen, ongeacht wie of wat zij zijn. Houtsma en Van Zwieten hebben die ambitie nog verder aangewakkerd. Ik vind dit echt heel belangrijk: iedereen moet bereikt worden, want iedereen doet er toe. Met name de mensen die een steuntje extra in de rug nodig hebben. Want ook zij moeten zich bij de samenleving aangesloten blijven voelen. Als burgemeester heb je veel meer mogelijkheden om de eigenheid van mensen te waarderen en daar recht aan te doen.”

Aanstelling Janssen in Zeist

Beeld uit de tentoonstelling ‘Burgemeesters in beeld’, deze maand nog te zien in het gemeentehuis van Zeist.

Verknocht aan lokaal bestuur
In 2000 stapte Janssen over naar het burgemeesterschap van Soest, om vervolgens zes jaar later aan te treden als burgemeester van Zeist, waar hij tot op de dag van vandaag is aangebleven. Altijd in het Utrechtse dus.
“Utrecht is gewoon een heel fijn woon- en werkgebied. Deze provincie is mooi in al zijn veelzijdigheid, ook door het spanningsveld tussen ecologie en economie . En ik ben wel verknocht aan het lokaal bestuur vanwege de directe band met inwoners en ondernemers. De landelijke politiek heeft me eigenlijk nooit zo aangetrokken. Ik streef ernaar om me vrij en onafhankelijk te voelen en in staat te zijn eigen keuzes te maken. Dat autonome in mij heeft me behoed om te verdwalen in politieke mechanismen op landelijk of regionaal niveau.”
Hoe hij het 18 jaar in Zeist heeft volgehouden? “Wij passen gewoon heel goed bij elkaar. Dat heeft denk ik ook wel te maken met het feit dat Zeist heel veelzijdig is. Het recht doen aan die pluriformiteit van de lokale samenleving heeft me eindeloos bezig gehouden, waardoor ik zelf ook helemaal niet het idee heb dat ik hier al zo’n lange tijd werk.”

De Roos van Koos
In Zeist zijn ze dat de ‘Roos van Koos’ gaan noemen. Een metafoor voor de positie van elk individu in de samenleving en de relaties die hij privé en professioneel onderhoudt met zijn omgeving. “In het hart van de roos sta jijzelf; de bloembladen staan symbool voor alle werk- en leefvelden waar je mee te maken hebt en de mensen die je steunen of waarmee je in contact staat. De aarde waarin die roos staat zijn je normen en waarden, hoe je geworteld bent en gevoed wordt. Voor mij staat aan de basis vooral het streven naar rechtvaardigheid, het recht willen doen aan mensen die ik op al die werkvelden tegenkom.”
Janssen denkt daar vaak over na. “Een belangrijke opgave voor mij als burgemeester is dat ik in principe beschikbaar wil zijn voor iedereen. Je bent er voor iedereen en tegelijkertijd ben je van niemand onafhankelijk. Soms moet ik ook een antwoord geven op een vraag, waar mensen vervolgens heel erg ontevreden over zijn. De kunst is dan om het zo te doen dat ze er toch mee uit de voeten kunnen.”
Illustratief voor zijn bestuursstijl is de benadering van een inwoner van Zeist die vanaf de publieke tribune de raadsvergadering verstoorde. “Ik heb de vergadering geschorst, de ambtsketen afgedaan en ben op de man afgestapt en heb gevraagd wat hem dwars zat. Vervolgens heb ik hem duidelijk gemaakt dat ik daar best een keer over wil praten, maar niet tijdens een raadsvergadering. Want dat is het democratisch hoogtepunt van de gemeenschap en dat mag niet ontwricht raken. Daar was hij het wel mee eens. Waarna de vergadering vervolgd kon worden. Daar heb ik ook in moeten groeien. Maar de combinatie van ervaring en nieuwsgierigheid maakt dat ik het kan. Dat is wel fijn.”

Weerbaar bestuur
Dat Janssen zich nog altijd vrij voelt om op mensen af te stappen laat onverlet dat de veiligheid in het openbaar bestuur een steeds dwingender thema begint te worden. “Ons inzetten voor een weerbaar bestuur is belangrijk. Dat is een antwoord op agressie, geweld, onbehoorlijk gedrag en bedreiging. Onveiligheid is een lelijk kantje van het openbaar bestuur. Maar het is altijd al sluipend aanwezig geweest. Toen mijn schoonvader burgemeester was, zo’n 40, 45 jaar geleden, vlogen de stenen ook door de ramen en werden er dreigbrieven gestuurd. Dus dat schoppen tegen gezag is wel iets van alle tijden. Wat niet wegneemt dat het verkeerd gedrag is. Want zoals mijn schoonvader destijds met zijn gezin de zenuwen had, zo kan ik die ook krijgen en heb ik ze ook wel eens gehad. Het is intenser geworden. En de intensiteit van de interactie met de samenleving komt soms je persoonlijke leefruimte binnen. Dat is best vervelend en niet acceptabel.”
Het onderstreept de noodzaak voor elke bestuurder om zelf, maar ook met elkaar na te denken over de weerbaarheid van het openbaar bestuur. “Praat erover met elkaar. Bepaal samen de norm: wat vinden we wel aanvaardbaar en wat niet? Ga ook na waardoor onaanvaardbaar gedrag ontstaat en hoe we dat bij de bron kunnen aanpakken. Stel in ieder geval een duidelijke grens. Soms zijn mensen gewoon ongeleide projectielen en dan is de strenge hand van justitie het enige juiste antwoord. Maar repressie kan nooit de enige reactie zijn, dus als er iets gebeurt moet dat je wel te denken blijven geven.”
Het is de reden waarom de gemeente Zeist het in juni 2023 gelanceerde Manifest Weerbaar Bestuur heeft omarmd. Janssen: “En ik hoop oprecht dat alle gemeenten in Utrecht en ook de waterschappen en de provincie dat ook zullen doen. Zodat we als één overheid een duidelijke lijn kunnen trekken. Want als het allemaal te kwetsbaar wordt, is er straks niemand meer te vinden voor de publieke zaak.”

Volop in ontwikkeling
Koos Janssen is er echter de man niet naar om daarover al te lang te somberen. “Want het is toch ook een hele fijne tijd om als bestuurder te mogen fungeren. De samenleving is volop in ontwikkeling en wij als bestuurders ontwikkelen daarin mee.”
De maatschappij is bijvoorbeeld meer individualistisch en minder hiërarchisch geworden en ook persoonlijker en informeler. De informatievoorziening is enorm verbeterd en tegelijkertijd nam daardoor het gevaar van nepnieuws fors toe. En als gevolg van de al eerdere gesignaleerde toegenomen pluriformiteit van de samenleving zijn mondiale conflicten nu ook op lokaal niveau voelbaar.
Janssen: “Zeist is de wereld in het klein: 160 nationaliteiten, 30 geloofsstromingen. Circa 25 procent van de inwoners heeft andere wortels dan de Nederlandse. Dus als er in de buitenwereld iets gebeurt, is dat hier voelbaar. En daar moeten we iets mee. Dan kiezen we geen partij, dan vinden we niet iets. Maar dan verbinden we. We gaan het gesprek aan.”
Het vereist van bestuurders dat zij zich open op moeten stellen. Janssen: “Voor mij als burgemeester is verbinden echt een heel belangrijk werkwoord geworden. Op persoonlijk, lokaal, provinciaal, nationaal en zelfs internationaal niveau vraagt deze tijd om intensievere contacten. Dat proberen we in Zeist ook te doen. We proberen altijd het gesprek aan te gaan over de bijdrage die iedereen kan leveren aan de kwaliteit van het samenleven in Zeist. Ontmoetingen organiseren en gesprekken voeren over perspectieven, hoop en verwachtingen. Dat vind ik heel fijn in dit werk. In die zin is het werken als burgemeester de laatste jaren steeds verrijkender geworden.”

Verbinding zoeken
Verbinden is ook het devies in de relatie met collega-burgemeesters. Janssen hecht daar veel waarde aan. “Hoe geef je elkaar de inspiratie om het goede te doen in de eigen lokale omstandigheid? Er is behoorlijk wat vakmanschap nodig om het werk goed te doen en daar kan een goed gesprek onderling bij helpen. Je moet als burgemeester vooral niet teveel denken dat jij de enige bent die iets kan. Soms zijn de vragen in ons werk te groot om alleen het antwoord te vinden. Ga in zo’n geval samen op zoek. Met je collega’s, met het college, met de ambtelijke organisatie, met inwoners. Samen zoeken naar het goede antwoord is beter dan zelf het verkeerde antwoord geven.”
Mede daarom is de rol van de VNG Utrecht, waarvan hij oud-voorzitter en erelid is, niet te onderschatten. “Het verbreden van inzicht, het verstrekken van informatie, maar zeker ook het faciliteren van ontmoeting. Die rol van de VNG Utrecht wordt in de toekomst alleen maar belangrijker. Een bestuurder is namelijk nooit uitgeleerd. Het is denken, doen, leren. Denken, doen en leren. Frappez toujours!”

Zin in de ‘nieuwe tijd’
Uit niets blijkt dat Janssen al genoeg heeft van het burgemeesterschap. Toch was begin 2023 voor hem de tijd rijp om zijn vertrek aan te kondigen. “Ik wist dat mijn derde periode in januari 2024 zou aflopen. Nu ben ik 68 jaar. Ik vind het moment van iets beëindigen altijd moeilijk. Ik moet er toch een keer aan geloven. En dan vind ik dit eigenlijk wel een heel mooi tijdstip. En ik heb er alle vertrouwen in dat Zeist en de nieuwe burgemeester ook weer een goed stel gaan worden.”
Janssen heeft al ideeën wat hij in zijn ‘nieuwe tijd’ gaat doen als hij de ambtsketen definitief heeft afgedaan. “Afgelopen jaar ben ik cello gaan spelen en dat wil ik eigenlijk wel blijven doen. Altijd het nieuwe blijven verkennen, vind ik. Wandelen in de natuur gaan we ook vaker doen. Tijd voor gezin en vrienden, een heerlijk perspectief. En Ik zou graag op de een of andere manier verbonden raken met een hogeschool of universiteit om college te geven.” En bestuurlijk actief? “Wellicht. Maar eerst een tijdje de leegte ervaren.”
Natuurlijk zal het wennen zijn. Dat kan niet anders, want daar is het burgermeesterschap me te waardevol voor geweest. Het is heel fijn werk, waarin ik steeds meer mezelf heb kunnen zijn en wat mijzelf als persoon ook heel erg heeft beïnvloed. Maar het vertrek is onvermijdelijk. Ik ga blijmoedig die nieuwe tijd tegemoet.”

Delen.

Reacties zijn uitgeschakeld.